verdieping
Ontmoeting met mijn familie
2025-01-15

In het voorjaar ga ik weer terug naar Indonesiƫ. Tijdens deze reis ontmoet ik voor de tweede keer mijn familie daar. Daar kijk ik naar uit en tegelijkertijd ben ik doodsbang. Die eerste ontmoeting, bijna twee jaar geleden, stond in het teken van het grote wonder dat we elkaar hadden teruggevonden. De intensiteit. De ontlading. De vreugde. Het verdriet. Het feit dat we elkaar konden zien, voelen en aanraken.
Dit keer is het anders. Het wonder heeft al plaatsgevonden. Nu verschuift de ontmoeting naar een andere laag en gaat het erom dat we elkaar echt mogen leren kennen. Voor mij raakt dat aan iets heel kwetsbaars. Mag ik hier zijn zoals ik nu ben? Ik ben gevormd door een leven dat anders liep dan het hunne. Een andere taal. Een andere wereld. Een ander perspectief. En onder dat alles sluimert een diepe angst dat ik buiten de boot val en afgewezen word als ze ontdekken hoe anders ik ben.
Ik denk terug aan die eerste keer, in het kleine huisje van mijn zus. Mijn familie zat op de grond met elkaar te praten. Hun stemmen vulden de ruimte. Er werd gelachen, gepraat en gegeten. Ik zat ertussenin en erbuiten tegelijk. Eenzaam en afgesneden. Mijn familie en ik delen geen gesproken taal die onze ontmoeting kan dragen. Er zit een tolk tussen ons. Woorden maken omwegen, worden afgevlakt, ingekaderd en zijn cultureel ingekleurd. Niet alles kan of mag gezegd worden. Mijn lijf verkrampte. Alles in mij riep: haal me hier weg. En tegelijk was er dat diepe verlangen om te blijven. Om mee te mogen doen. Om erbij te horen en net zo te zijn als zij.
In de FaceTime-gesprekken die volgden toen ik weer thuis was, begon iets te verschuiven. Ik leerde luisteren naar een andere taal: de taal van het lijf. Van nabijheid en afstand. Van een blik die blijft hangen, of juist wegdraait. Van stilte die verbindt en stilte die scheidt. Van wat stroomt en wat stokt. Zo voltrekt de ontmoeting zich vooral voorbij woorden. En in die stille laag werd heel voorzichtig iets voelbaar: liefde. Liefde als een stille, dragende kracht, die verder reikt dan culturele grenzen en conditionering. Maar ook liefde die nog niet goed kan maken wat er is gemist, omdat de stroom ooit onbedoeld is onderbroken.
Straks ben ik daar weer. In die ruimte. Tussen mijn familie. Ik weet niet hoe het dan zal zijn. Wat het vraagt, hoe dichtbij het komt, of hoe spannend het zal voelen. Dat laat zich niet vooruit bedenken. Maar ik ga. Met alles wat ik ben. Zonder mezelf kleiner te maken. Niet om het goed te doen of iets op te lossen, maar om te oefenen met aanwezig blijven. In het moment. Met mijn eigen waarheid, ook als die anders is dan die van hen. Met het verlangen hen werkelijk te ontmoeten en weer een nieuw deel van mijzelf te leren kennen. In het vertrouwen dat de liefde de weg wijst in wat zich daar ontvouwt. Precies zoals het op dat moment bedoeld is.